Adviezen commissie BOM

Terug naar lijst
  • Auteur
  • NVMO-commissie BOM
  • Printdatum
  • 3-7-2015
  • E-pubdatum
  • 3-7-2015
  • Bron
  • Medische Oncologie

Lanreotide bij de palliatieve behandeling van enteropancreatische neuro-endocriene tumoren

Bij patiënten met een gemetastaseerde enteropancreatische NET zonder aangetoonde progressie leidt behandeling met lanreotide tot een significant verlengde PFS (mediaan niet bereikt ten opzichte van 18 maanden; HR: 0,47; 95% BI: 0,3-0,73; P < 0,001). De behandeling heeft weinig bijwerkingen.
Hoewel een gemetastaseerde enteropancreatische NET een indolent beloop kan hebben zonder medicamenteuze interventies, kan er gezien de significante verlenging van de PFS en de geringe kans op bijwerkingen een indicatie bestaan voor behandeling met lanreotide. Hierbij kan men als leidraad voor eventuele behandeling de uitgebreidheid van de ziekte alsmede de Ki-67 laten meewegen.

Referenties

  1. Yao JC, Hassan M, Phan A, et al. One hundred years after ‘carcinoid’: epidemiology of and prognostic factors for neuroendocrine tumors in 35,825 cases in the United States. J Clin Oncol 2008;26(18):3063-72.
  2. Rinke A, Müller HH, Schade-Brittinger C, et al; PROMID Study Group. Placebocontrolled, double-blind, prospective, randomized study on the effect of octreotide LAR in the control of tumor growth in patients with metastatic neuroendocrine midgut tumors: a report from the PROMID Study Group. J Clin Oncol 2009;27(28):4656-63.
  3. Caplin ME, Pavel M, ´Cwikła JB, et al; CLARINET Investigators. Lanreotide in metastatic enteropancreatic neuroendocrine tumors. N Engl J Med 2014;371(3):224-33.