Vragenlijst over overheveling G-CSF-middelen

Het NVMO-bestuur roept haar leden op om een vragenlijst van adviesbureau SiRM in te vullen over de overheveling van G-CSF-middelen.

De vragenlijst legt SiRM in afstemming met de Federatie Medisch Specialisten aan internist-oncologen voor.

Zoals de NVMO eerder dit jaar meldde wordt het budget voor het extramurale gebruik van G-CSF-middelen vanaf 1 januari 2022 overgeheveld naar het ziekenhuisbudget. Dit betekent dat deze geneesmiddelen alleen nog via het ziekenhuis ingekocht en verstrekt kunnen worden. Dat geldt ook voor de eventuele verpleegkundige ondersteuning bij toediening van deze geneesmiddelen in de thuissituatie.

SiRM monitort de overheveling in opdracht van het ministerie van VWS. Doel van de monitor is om na te gaan of de doelen van de overheveling worden behaald en of patiënten er geen hinder van ondervinden. Hierbij wordt gekeken naar effecten op kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Ook wordt gekeken naar effecten op de administratieve lasten voor zorgverleners. De vragenlijst is onderdeel van de monitor en gaat over de huidige situatie. Naast deze nulmeting voert SiRM eind 2022 een effectmeting uit. De inbreng van internist-oncologen is van groot belang, want door het invullen van deze vragenlijst kan SiRM de effecten na de overheveling meten. Het invullen van de vragenlijst duurt circa 10 minuten.

SiRM gebruikt de antwoorden op de vragen alleen als input voor de monitor. De antwoorden worden niet gedeeld en worden na het opstellen van de monitor verwijderd. SiRM zal geen antwoorden presenteren die herleidbaar zijn naar individuele ziekenhuizen en/of voorschrijvers. SiRM vraagt alle internist-oncologen om de vragenlijst vóór 3 december 2021 in te vullen. Bij vragen over de inhoud van de vragenlijst of de context van de opdracht kunnen NVMO-leden contact opnemen met Michel Slag van SiRM via michiel.slag@sirm.nl.

naar vragenlijst

Medicijnen goed beschikbaar tijdens sluisperiode

Onderzoek van CZ en de NVMO wijst uit dat bijna alle medicijnen al tijdens de sluisprocedure beschikbaar zijn.

Internist-oncoloog prof. dr. Haiko Bloemendal en dr. Sahar Barjesteh van Waalwijk van Doorn-Khosrovani, adviserend apotheker bij zorgverzekeraar CZ, lichten in een interview voor Medische Oncologie de onderzoeksresultaten toe.

lees verder

DRUG Access Protocol gestart

DRUG Access Protocol streeft naar het sneller, gecontroleerd en gecoördineerd beschikbaar stellen van veelbelovende medicatie die nog niet in het basispakket zit.

Aan de hand van metingen en observaties worden gegevens verzameld over de effectiviteit en bijwerkingen van de medicatie. Hierdoor is het beter mogelijk om sneller te bekijken of middelen voor opname in het basispakket in aanmerking komen.

Breedgedragen initiatief

DRUG Access Protocol is een initiatief van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO), Antoni van Leeuwenhoek, Zorginstituut Nederland (ZiNL) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Vooralsnog nemen vijf ziekenhuizen deel aan het protocol: Antoni van Leeuwenhoek, Erasmus MC, Maastricht UMC+, Radboudumc en UMC Groningen.

Alle vragen beantwoorden

Voordat geneesmiddelen mogen worden voorgeschreven, moet eerst zijn bewezen dat ze effectief en veilig zijn. Voor geneesmiddelen tegen minder vaak voorkomende vormen van kanker zijn er vaak zo weinig patiënten, dat het lang duurt voordat voldoende gegevens zijn verzameld om daarover uitspraken te kunnen doen. 'De kleine klinische studies waarop de markttoelating van veelbelovende middelen gebaseerd zijn, kunnen niet al onze vragen beantwoorden met betrekking tot de doeltreffendheid van een behandeling', legt dr. Sahar Barjesteh van Waalwijk van Doorn-Khosrovani uit. Zij is adviserend apotheker bij zorgverzekeraar CZ, en namens de zorgverzekeraars trekker van het DRUG Access Protocol. 'In dit protocol regelen we toegang en betaling, terwijl we aanvullende data over effect en bijwerkingen verzamelen.'

Gestructureerd gegevens verzamelen

'Veel sneller dan via de tot nu toe gebruikelijke procedure komt veelbelovende medicatie hierdoor al beschikbaar voor patiënten, maar wel gecontroleerd', zegt voormalig NVMO-voorzitter en internist-oncoloog in het Radboudumc prof. dr. Haiko Bloemendal. 'Wij dokters zien dan in de praktijk of medicatie qua werking en bijwerking de beloftes waarmaakt.' Prof. dr. Emile Voest, internist-oncoloog, onderzoeker en bestuurder bij Antoni van Leeuwenhoek, vult aan: 'Het DRUG Access Protocol gaat internist-oncologen en longartsen enorm helpen bij de toegang tot een nieuwe behandeling en het gestructureerd verzamelen van gegevens over deze behandeling.'

Eerste medicijn: cemiplimab

Het eerste medicijn dat toegepast gaat worden bij een groep patiënten is cemiplimab. Cemiplimab is door de EMA goedgekeurd voor de behandeling van patiënten met plaveiselcelcarcinoom van de huid die niet in aanmerking komen voor chirurgie of radiotherapie. In Nederland zat het middel nog niet in het basispakket. Nu zijn er afspraken gemaakt met fabrikant Sanofi en Zorgverzekeraars Nederland om de kosten te delen: de eerste 4 maanden van de behandeling komen de kosten voor rekening van de fabrikant. Bij gebleken effectiviteit neemt de zorgverzekeraar de financiering over.

Versnelling beschikbaarheid in Nederland

Streven is om uiteindelijk alle named patient- en compassionate use-programma’s, waarbij het draait om veelbelovende, maar niet in Nederland in het basispakket vergoede medicatie, onder het DRUG Access Protocol te laten vallen. Evenals veelbelovende nieuwe medicatie. Op dit moment is er soms een lange wachttijd voor het beschikbaar komen van medicatie voor patiënten met meer zeldzame tumoren waar nog onvoldoende goede studies voor zijn. Door gebrek aan data is het moeilijk te beoordelen wat de middelen voor de patiënt doen en of ze voor opname in het basispakket in aanmerking komen. DRUG Access Protocol zet in op versnelling van dit proces.

Vervolgstappen

Op termijn zullen andere oncologische middelen aan het protocol worden toegevoegd. Er zal worden gewerkt aan het opzetten van een infrastructuur in het verlengde van de infrastructuur voor het al langer lopende Drug Rediscovery Protocol (DRUP). In de DRUP-studie worden regulier uitbehandelde kankerpatiënten met metastasen en met een – voor hun kankertype – zeldzaam tumor-DNA in studieverband behandeld met geneesmiddelen die geregistreerd zijn voor andere kankersoorten waarbij zo’n DNA-profiel vaker voorkomt.

WHO Essential Medicines List Survey

Het NVMO-bestuur roept haar leden op om deel te nemen aan een wereldwijd onderzoek voor de WHO Essential Medicines List.

Het onderzoek, dat door Queen's University Health Sciences in samenwerking met de World Health Organization (WHO) wordt uitgevoerd, is bedoeld om in kaart te brengen welke medicijnen in de oncologie wereldwijd het meest essentieel worden geacht voor de behandeling van kanker.

Er is volgens de onderzoekers op dit moment weinig bekend over de mate waarin de WHO Essential Medicines List daadwerkelijk correleert met opvattingen van zorgverleners in landen over de hele wereld en met name met betrekking tot de medicijnen die zij als essentieel voor de oncologische praktijk beschouwen. Dit onderzoek is bedoeld om tien kankertherapieën vast te stellen die oncologisch specialisten wereldwijd het meest essentieel achten.

Het beantwoorden van de enquêtevragen duurt minder dan 10 minuten. De informatie wordt anoniem verzameld. De resultaten zullen bijdragen aan toekomstige beleidsbeslissingen voor de WHO Essential Medicine List en zullen worden gepubliceerd in een academisch peer-reviewed tijdschrift.

Bij vragen over het onderzoek kunt u contact opnemen met prof. dr. Christopher Booth van Queen's University Health Sciences via booth@queensu.ca.

naar enquête

Website over oncolytica-interacties

De website Cancer Drug Interactions bevat informatie over interactiebeoordelingen van 54 doelgerichte oncolytica in combinatie met ruim 400 comedicaties.

De interactiebeoordelingen voor de website en bijbehorende app Cancer iChart zijn uitgevoerd voor onder meer colorectaal carcinoom, mammacarcinoom, melanoom, niercelcarcinoom en prostaatcarcinoom.

De website en app zijn door onderzoekers van het Radboudumc en de University of Liverpool ontwikkeld om meer bewustwording van het interactiepotentiaal van oncolytica te creëren. Ongeveer 60 procent van de kankerpatiënten kan in theorie een drug-drug interaction ervaren tijdens hun behandeling. Hiervan wordt 16 procent geclassificeerd als ernstige interactie die actie vereist.

Bij ongeveer 25 procent van de 25.000 uitgevoerde zoekopdrachten op de website Cancer Drug Interactions was er een interventie nodig door een zorgverlener. Binnenkort worden de klassieke chemotherapie voor genoemde maligniteiten aan de onlinedatabase toegevoegd.

De website en app kunnen worden gebruikt door onder andere internist-oncologen, huisartsen, apothekers en patiënten en zijn beide kosteloos toegankelijk.

naar website

Sneller zoeken in indicatie­tekst add-ongeneesmiddel

De wijze van verkorten van indicatieteksten wordt per 1 januari 2019 aangescherpt.

Dit is door het ministerie van VWS besloten naar aanleiding van feedback uit het veld. Hiermee moet het volgende worden bereikt:

  • Alle teksten behorende bij dezelfde diagnose staan onder elkaar wanneer er een keuze moet worden gemaakt tijdens het voorschrijven; de verkorte tekst begint altijd met het indicatiegebied.
  • Er wordt niet meer gebruikgemaakt van zinnen, maar van begrippen (die worden gescheiden met een komma) die bij elkaar de indicatietekst weergeven.
  • Er wordt gewerkt met afkortingen die zijn afgestemd met de WV.

Door deze nieuwe opzet kan bij het voorschrijven sneller worden gezocht in indicatieteksten van add-ongeneesmiddelen. Het is van belang om de gebruikte afkortingen voor de nieuwe verkorte indicaties in onderstaande Excel-bestand te controleren.

Onjuistheden of onvolledigheden in afkortingen kunnen worden gemeld bij Annette Lamboo via annette@care-together.nl.

 Toelichting nieuwe verkorte teksten add-ongeneesmiddelen
 Verkorte indicaties G-standaard per 1 januari 2019 (bekijk dit bestand op uw desktop of laptop)

Horizonscan Geneesmiddelen gelanceerd

Afgelopen april is de Horizonscan Geneesmiddelen gelanceerd. De website biedt een overzicht van geneesmiddelen die op de Nederlandse markt worden verwacht.

De Horizonscan Geneesmiddelen moet ervoor zorgen dat patiënten, behandelaars, ziekenhuizen, zorgverzekeraars en overheidsorganen vroegtijdig op de hoogte zijn van de geneesmiddelen die op de markt gaan komen en wat de mogelijke effecten hiervan zijn.

Zorgverzekeraars en ziekenhuizen kunnen op basis van deze informatie hun inkoop beter organiseren en behandelaars kunnen beter bepalen wat deze ontwikkelingen betekenen voor het behandelaanbod. Ziekenhuizen en behandelaars kunnen duidelijke afspraken maken over de inzet van deze geneesmiddelen en tijdig anticiperen op de organisatie en de financiering van de zorg.

In het proces van de Horizonscan Geneesmiddelen spelen zeven inhoudelijke werkgroepen een belangrijke rol. Zij signaleren en analyseren de ontwikkelingen van de innovatieve geneesmiddelen op het betreffende domein en schatten de klinische impact van deze nieuwe geneesmiddelen (of uitbreidingen van indicaties) in voor de Nederlandse situatie. Vertegenwoordigers vanuit de medische oncologie in de werkgroep Oncologie en Hematologie zijn internist-oncologen dr. Haiko Bloemendal (NVMO-voorzitter) en dr. Ferry Eskens (NVMO-bestuurslid en voorzitter commissie BOM).