Samenvatting afstemming Zorgverzekeraars Nederland over CDK4/6-remmers

Naar aanleiding van de recent afgeronde inkoopronde van het Clean Team van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) voor CDK4/6-remmers heeft NABON in samenspraak met de NVMO verduidelijkende vragen gesteld over de positie en toegankelijkheid van abemaciclib.

Uitkomst inkoopronde

Per 1 juni 2026 zijn door het Clean Team contracten afgesloten voor palbociclib en ribociclib met een looptijd van twee jaar. Abemaciclib maakt geen onderdeel uit van deze voorkeursafspraken. ZN geeft aan dat het uitgangspunt van therapeutische gelijkwaardigheid van de CDK4/6-remmers in stand is gebleven in de inkoopprocedure. Tegelijkertijd bevestigt ZN dat alle drie de CDK4/6-remmers onderdeel blijven van het verzekerde pakket.

Standpunt NABON en NVMO

NABON heeft richting ZN benadrukt dat CDK4/6-remmers op basis van beschikbare evidence en klinische praktijkervaring niet volledig onderling uitwisselbaar zijn, zoals ook geconcludeerd is in de consensusmeeting vorig jaar. Verschillen in overlevingsdata, toxiciteit, comorbiditeit en comedicatie kunnen bepalend zijn voor de keuze van de meest geschikte CDK4/6-remmer voor een individuele patiënt. Tevens moet er ruimte blijven om bij intolerantie tussen middelen te wisselen.

Belangrijkste antwoorden van ZN

1. Continueren van abemaciclib bij huidige patiënten
ZN bevestigt dat patiënten die momenteel behandeld worden met abemaciclib hun behandeling kunnen continueren. Volgens ZN zijn met fabrikanten van ribociclib en palbociclib geen volume- of exclusiviteitsafspraken gemaakt en blijft de keuze voor een specifieke CDK4/6-remmer een gezamenlijke beslissing van behandelaar en patiënt.
2. Starten met of switchen naar abemaciclib
ZN geeft aan dat er vanuit het Clean Team geen aanvullende vergoedingsvoorwaarden voor abemaciclib zijn vastgesteld. De praktische afspraken hierover worden gemaakt tussen individuele ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Dit betekent dat toegang tot abemaciclib in de praktijk per ziekenhuis en per zorgverzekeraar kan verschillen. Ook procedures, beoordeling en doorlooptijd kunnen lokaal verschillen.
3. Uniformiteit tussen zorgverzekeraars
ZN geeft aan dat landelijke uniforme afspraken over vergoeding van abemaciclib momenteel niet mogelijk zijn vanuit mededingingsperspectief, omdat er geen gezamenlijke Clean Team-overeenkomst bestaat voor dit middel.

ZN onderzoekt wel samen met zorginkoopgroepen of op andere wijze meer uniformiteit kan worden bereikt.

Praktische implicaties voor de beroepsgroep

  • Abemaciclib blijft onderdeel van het verzekerde pakket.
  • Huidige patiënten op abemaciclib kunnen hun behandeling continueren.
  • Er is volgens ZN ruimte om op medische gronden te kiezen voor abemaciclib of hiernaar te switchen.
  • De praktische toegankelijkheid en financiële afspraken zullen echter per ziekenhuis en zorgverzekeraar kunnen verschillen.
  • Hierdoor kan praktijkvariatie ontstaan in aanvraagprocedures, doorlooptijden en lokale afspraken.

Advies vanuit NABON en NVMO

Wij adviseren om proactief in overleg te gaan met de ziekenhuisapotheek en/of betrokken interne stakeholders over de lokale afspraken rondom abemaciclib vanaf 1 juni 2026. Bespreek daarbij ook welke patiëntengroepen en welk aandeel patiënten naar verwachting in aanmerking zullen blijven komen voor behandeling met abemaciclib.

Verzoek vanuit NABON en NVMO

Indien er in de praktijkproblemen ontstaan rondom toegankelijkheid, vergoeding, aanvraagprocedures of switchen naar abemaciclib, verzoeken wij u dit te melden via info@nabon.nl. Deze signalen helpen NABON en NVMO om landelijke knelpunten te monitoren en waar nodig opnieuw onder de aandacht te brengen.

NABON en NVMO blijven het belang benadrukken van tijdige en werkbare toegang tot alle drie de CDK4/6-remmers, zodat voor individuele patiënten de medisch meest passende behandeling beschikbaar blijft.

Beschikbaarheidsprobleem ifosfamide

In Nederland en Europa is er de komende maanden een beschikbaarheidsprobleem van ifosfamide.

De tekorten spelen bij alle flaconsterktes (500 mg, 1 gram, 2 gram). Vrijstellingsbesluiten voor import zijn afgegeven maar importmogelijkheden lijken beperkt. Vanwege de beperkte beschikbaarheid is er een behandeladvies van kracht.

Dit advies is geldig t/m 27 februari 2026.

behandeladvies

PARP-remmers herbeoordeeld

Het Zorginstituut Nederland heeft de PARP-remmers olaparib, niraparib en talazoparib opnieuw beoordeeld. Het gaat om de behandeling van gevorderde of teruggekeerde eierstokkanker en de behandeling van uitgezaaide borstkanker.

De uitkomst van de herbeoordeling is dat een aantal behandelingen niet meer voldoet aan de ‘stand van de wetenschap en praktijk’ (SWP).

De conclusie van het Zorginstituut is dat alleen voor patiënten met eierstokkanker met een BRCA-mutatie een langere overleving is aangetoond. Voor deze patiënten blijft vergoeding beschikbaar. Maar voor borstkanker komt de vergoeding te vervallen, omdat voor de behandeling geen langere overleving is aangetoond. Zie ook het bericht op medischeoncologie.nl.

Via onderstaande links is meer informatie te vinden:
Standpunt Zorginstituut
Toelichting Zorgverzekeraars

Darolutamide niet opgenomen in basispakket

Darolutamide blijft voorlopig in de sluis. Voor het grootste deel van de patiënten is een therapeutisch gelijkwaardig alternatief beschikbaar, te weten de combinatiebehandeling met abirateron.

Minister Agema van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft besloten het sluisgeneesmiddel darolutamide (merknaam: Nubeqa) voor de behandeling van volwassen mannen met uitgezaaide hormoongevoelige prostaatkanker (mHSPC) niet op te nemen in het basispakket.

Een toelichting op dit besluit vindt u in de kamerbrief:

Brief aan Tweede Kamer

Tekort etoposide opgeheven

Vanwege nieuwe leveringen die mede dankzij het Europese solidariteitsmechanisme verkregen zijn, kan het eerder verzonden rode alert met betrekking tot het tekort aan etoposide worden ingetrokken.

Update 29 augustus: In samenwerking met het Europees medicijnagentschap (EMA) is ervoor gezorgd dat additionele leveringen van etoposide uit andere Europese lidstaten beschikbaar zijn voor Nederlandse patiënten.

Behandeladvies 29 augustus

Bericht 16 augustus:

In Nederland is sprake van een zeer ernstig tekort aan etoposide voor intraveneuze toediening. Etoposide is momenteel niet of onvoldoende beschikbaar, er geldt daarom een sterk besparend behandeladvies. Het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen (LCG) heeft op 16 augustus 2024 een behandeladvies opgesteld. Deze alert is mede opgesteld in samenwerking met onder andere de Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose, de Nederlandse Internisten Vereniging, de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie en de Nederlandse Vereniging voor Hematologie.

• Er wordt geadviseerd om de behandelingen van patiënten zoveel mogelijk te poolen als hiermee spillage kan worden voorkomen.
• Streef naar een 50 procent reductie in etoposide verbruik.
• De behandeladviezen voor de hemato-oncologie, medische-oncologie, longoncologie en kinderoncologie gelden voor zowel nieuwe patiënten als patiënten die momenteel worden behandeld met etoposide.
• Curatieve behandelindicaties krijgen voorrang boven palliatieve behandelindicaties.

Neem bij een acuut tekort contact op met het LCG via: info@lcg.nl of via 085-022 1390.

Behandeladvies 16 augustus

Cemiplimab in basispakket dankzij DAP

Cemiplimab voor de indicatie huidkanker (plaveiselcelcarcinoom) is het eerste oncologische middel waarvan de resultaten verkregen uit dataverzameling in DAP leiden tot opname in het basispakket.

Het DAP-traject (een initiatief van de NVMO, de NVALT, het AVL en ZN) is gestart in 2021 om nieuwe, veelbelovende oncologische middelen gecoördineerd en gecontroleerd beschikbaar te stellen nog voor er formele vergoeding is. Het doel is om inzicht te geven hoe deze middelen presteren in de dagelijkse praktijk, om daarmee de werkelijk toegevoegde waarde vast te stellen en uiteindelijk de keus te kunnen maken deze middelen op te nemen in het basispakket.

Zes ziekenhuizen (Antoni van Leeuwenhoek, Erasmus MC, Maastricht UMC+, Radboudumc, UMC Utrecht en UMC Groningen) hebben binnen DAP deelgenomen aan het cohort met cemiplimab, en binnen deze ziekenhuizen wordt deze behandeling vanaf 1 januari 2024 vanuit het basispakket vergoed.

lees meer

Advies vinblastine verlengd

De besparende maatregelen voor vinblastine worden voortgezet tot en met 12 februari 2024. In Nederlandse ziekenhuizen is de beschikbaarheid van vinblastine nog steeds zeer beperkt.

De aanvoer van nieuwe hoeveelheden vinblastine wordt vanaf eind januari verwacht. Het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen, de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en het ministerie van VWS werken nauw met elkaar samen om leveringen vinblastine aan Nederland mogelijk te maken.

Lees hieronder het behandeladvies. Dit besparende advies geldt tot en met 12 februari 2024.

behandeladvies

Advies vinblastine geldt t/m 15 dec

Nog steeds is er een wereldwijd tekort aan vinblastine. Door problemen met de productie bij de voornaamste leverancier van vinblastine in Nederland lopen de leveranties achter op het verbruik. Daarom gelden er besparende maatregelen in Nederland.

De verwachting is dat op zijn vroegst half december dit jaar weer vinblastine in ruimere mate beschikbaar zal komen. Lees het meest recente behandeladvies hieronder. Dit advies geldt voorlopig tot en met 15 december 2023.

behandeladvies

Tekort aan vinblastine

Op dit moment is er een wereldwijd tekort aan vinblastine. Ook in Nederlandse ziekenhuizen is de beschikbaarheid van vinblastine zeer beperkt. Er gelden daarom per direct vinblastine sparende maatregelen.

De commissie Acute Tekorten Geneesmiddelen (cieATG) – waar in dit geval het Landelijk Coördinatiecentrum Geneesmiddelen, de Nederlandse Vereniging voor Hematologie, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers, de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde en de NVMO vertegenwoordigd zijn – hebben deze alert opgesteld. Het behandeladvies vindt u hieronder.

behandeladvies

Vragenlijst effecten overheveling G-CSF-middelen

Het NVMO-bestuur roept haar leden op om een vragenlijst van adviesbureau SiRM in te vullen over de overheveling van G-CSF-middelen.

naar vragenlijst

Vanaf 1 januari 2022 is de bekostiging van epoëtines en G-CSF-middelen overgeheveld naar de medisch specialistische zorg. Dat betekent dat deze geneesmiddelen alleen nog door de ziekenhuizen kunnen worden ingekocht, verstrekt en gedeclareerd.

In opdracht van het ministerie van VWS monitort adviesbureau SiRM deze overheveling. Doel van de monitor is om na te gaan of de doelen van de overheveling worden behaald en of patiënten er geen hinder van ondervinden. Hierbij wordt gekeken naar effecten op kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg. Ook wordt gekeken naar effecten op de administratieve lasten voor zorgverleners.

Eind vorig jaar is hiervoor via de wetenschappelijke verenigingen, een nulmeting uitgezet bij internist-nefrologen, hematologen, oncologen en kinderartsen. Nu voert SiRM een effectmeting uit. De inbreng van internist-oncologen is van groot belang: door het invullen van deze vragenlijst kunnen de effecten van de overheveling goed in kaart worden gebracht en zo nodig bijgestuurd. SiRM vraagt om de vragenlijst vóór 9 december 2022 in te vullen.